Publiceer hier, bereik uw publiek.
Een moderne residentiële woning in de vooravond met een warm verlicht interieur, met een lucht-water warmtepomp unit in de tuin op een betonnen fundering.

Is een warmtepomp nu al rendabel? Wat de nieuwste CREG-cijfers zeggen

“De CREG publiceerde in mei 2026 een lijvige technische studie (48 pagina’s) over de rendabiliteit van warmtepompen. Wij namen ze door en vertaalden de kernpunten naar mensentaal, zonder de nuances te verliezen.”

Het korte antwoord: vergelijk je met aardgas, dan is een warmtepomp vandaag, zonder subsidies, in geen enkel Belgisch gewest terugverdiend binnen een redelijke termijn. Vergelijk je met stookolie of propaan, dan ligt dat helemaal anders: daar is de investering, zeker met een efficiënt toestel, in Vlaanderen en Brussel vaak nu al de moeite waard.

En dat is nog niet het hele verhaal. Tegen 2029 verandert het speelveld grondig, dankzij twee maatregelen die al vastliggen: een verschuiving van belastingen van elektriciteit naar aardgas, en een nieuw Europees systeem dat CO₂-uitstoot van verwarming beprijst. Wie nu overweegt over te stappen, kijkt dus niet alleen naar de rekening van vandaag, maar ook naar wat er de komende jaren al aankomt.

Er is nog een derde factor die minstens even belangrijk is als de energieprijzen zelf: hoe goed je warmtepomp echt presteert in de praktijk. Daar zit een van de minder besproken bevindingen uit de studie, en die maakt het verschil tussen een goede en een tegenvallende investering.

In dit artikel lopen we het stap voor stap na: wat bepaalt of het voor jou nu al loont, waarom de installatiekwaliteit zo cruciaal is, en wat er tegen 2029 verandert.

Wat bepaalt of het voor jou nu al loont?

De CREG vergelijkt telkens twee zaken: wat je vandaag effectief betaalt voor elektriciteit versus je huidige fossiele brandstof, en wat die verhouding zou moeten zijn om de meerprijs van een warmtepomp binnen 20 jaar terug te verdienen. Vijf factoren bepalen waar jij in dat plaatje staat.

1. Je huidige verwarmingssysteem
Dit is veruit de belangrijkste factor. Stap je over vanaf stookolie of propaan, dan is een warmtepomp vaak al rendabel, zeker in Vlaanderen en Brussel. Stap je over vanaf aardgas, de goedkoopste fossiele optie, dan is de kloof groter en is de investering vandaag zonder hulp doorgaans nog niet terugverdiend.

2. Je jaarlijkse warmtebehoefte
Hoe meer een woning verbruikt, hoe rendabeler een lucht-waterwarmtepomp meestal is: de meerprijs van de installatie wordt over meer kWh gespreid. Een woning met een laag verbruik heeft doorgaans meer nood aan subsidies om hetzelfde resultaat te bereiken.

3. Je gewest
Vlaanderen scoort structureel het gunstigst, vooral dankzij lagere netkosten voor elektriciteit. Wallonië en Brussel volgen, met Brussel doorgaans op de derde plaats voor aardgas-vergelijkingen.

4. Beschikbare subsidies
De gewestelijke premies verschillen sterk per inkomenscategorie en per type warmtepomp. Ze maken vooral het verschil bij kleinere, goed geïsoleerde woningen met een efficiënt toestel, net de gevallen waar de besparing op de energierekening op zich minder groot is, maar de investering ook lager ligt.

5. Je statuut als beschermde klant
Geniet je van het sociaal tarief? Dan is een warmtepomp tegenover propaan nu al interessant, en tegenover stookolie wordt dat vanaf 2029 zeker het geval. Tegenover aardgas met sociaal tarief is de kloof voorlopig nog het grootst.

Een simpel overzicht “rendabel nu, zonder subsidie?

Fossiel alternatiefVlaanderenWalloniëBrussel
AardgasNog nietNog nietNog niet
StookolieVaak welBeperktVaak wel
PropaanVaak welBeperktVaak wel

De verborgen factor: je warmtepomp presteert wellicht minder goed dan beloofd

Fabrikanten geven voor elke warmtepomp een theoretisch rendement op, de zogenaamde SCOP (seizoensgebonden prestatiecoëfficiënt). Hoe hoger die waarde, hoe minder elektriciteit je nodig hebt om dezelfde hoeveelheid warmte te produceren, en dus hoe rendabeler het toestel.

Het probleem: in de praktijk halen veel geïnstalleerde warmtepompen die theoretische waarde niet. Een grootschalig veldonderzoek bij 100 warmtepompen toont dat de gemeten prestaties in 85% van de gevallen lager liggen dan wat de fabrikant beloofde, gemiddeld rond 3,0 in de praktijk tegenover 3,6 theoretisch. Bij sommige installaties zakt dat zelfs tot minder dan de helft van de beloofde waarde.

Dat is geen kwestie van pech of een minderwaardig merk. Het draait vooral om vier zaken:

  • De aanvoertemperatuur. Hoe warmer het water dat naar je radiatoren of vloerverwarming gaat, hoe harder de compressor moet werken en hoe slechter het rendement. Vloerverwarming vraagt een lagere temperatuur dan radiatoren en scoort daardoor merkelijk beter (gemiddeld 3,4 tegenover 2,5 voor radiatoren in de gemeten data).
  • Een verkeerd ingestelde regeling. Zelfs met hetzelfde type verwarmingselement kan een te hoog ingestelde aanvoertemperatuur het rendement onnodig drukken.
  • Te veel start-stopcycli. Een warmtepomp die voortdurend aan- en uitschakelt in plaats van vloeiend te moduleren, verbruikt meer dan nodig.
  • Een verkeerd gedimensioneerd toestel of overdreven bijverwarming. Een te grote, te kleine, of slecht afgestelde installatie leunt vaker op elektrische bijverwarming, wat het rendement extra verlaagt.

Interessant genoeg speelt de isolatiegraad van je woning hierbij een kleinere rol dan je zou denken: een minder goed geïsoleerde woning met een correct afgestelde installatie kan een beter rendement halen dan een goed geïsoleerde woning met een slecht ingeregelde warmtepomp.

Wat betekent dit voor jou? De rendabiliteit die je op papier berekent, hangt niet alleen af van energieprijzen, maar minstens even hard van de vakmanschap van je installateur. Vraag expliciet naar de aanvoertemperatuur waarop het systeem wordt afgesteld, en kies voor een installateur die de regeling na plaatsing effectief fijn afstelt, niet enkel “aansluit en vertrekt”.

Wat er tegen 2029 verandert: twee maatregelen die al vastliggen

De rekening van vandaag is niet de rekening van morgen. Twee maatregelen liggen al vast en zullen de balans stevig doen doorslaan in het voordeel van de warmtepomp.

1. De federale tax shift
Vanaf 1 juli 2026 verschuift de overheid geleidelijk de belasting op energie: elektriciteit wordt goedkoper belast, aardgas en stookolie duurder. Concreet daalt de heffing op elektriciteit tegen 2029 met zo’n 11 euro per MWh, terwijl die op aardgas met ongeveer 4 euro per MWh stijgt. Op een gemiddeld gezin met een verbruik van 17.000 kWh warmte betekent dit een elektriciteitsfactuur die zo’n 50 euro lager uitvalt, en een gasfactuur die ongeveer 75 euro hoger uitvalt. Op zich is dat nog onvoldoende om overal de knoop door te hakken.

2. ETS2: een Europese CO₂-prijs voor verwarming
Vanaf 2028 komt er een Europees systeem dat de uitstoot van verwarmingsbrandstoffen beprijst, vergelijkbaar met wat vandaag al voor elektriciteitsproductie bestaat. Concreet: hoe meer CO₂-uitstoot je verwarming veroorzaakt, hoe duurder ze wordt. De CREG rekende dit door voor twee scenario’s: een gematigde CO₂-prijs van 60 euro per ton, en een hogere van 120 euro per ton (de verwachte prijs vanaf 2030).

Het effect van beide samen is waar het interessant wordt. Bij een CO₂-prijs van 120 euro per ton, gecombineerd met de tax shift, wordt een warmtepomp tegen 2029 in vrijwel alle gewesten en voor nagenoeg elk verbruiksprofiel rendabel tegenover aardgas, ook zonder subsidie. Al geldt daarbij één belangrijke voorwaarde: dit veronderstelt dat je warmtepomp ook effectief de prestaties haalt die je ervan mag verwachten (zie sectie 3 hierboven). Tegenover stookolie en propaan is die kaap vaak al bij een lagere CO₂-prijs van 60 euro per ton gehaald.

Wat is er nodig om tegen 2029 voordeliger te zijn dan aardgas?

VerbruikNodige prestatie van de warmtepompVlaanderenWallonië en Brussel
Lager verbruik (± 7.000 kWh)Een normale, goed presterende warmtepompBij hogere CO₂-prijsBij hogere CO₂-prijs
Hoger verbruik (22.000+ kWh)Een zeer efficiënte warmtepompSoms al zonder CO₂-prijsBij lagere CO₂-prijs

Eén belangrijk punt

Met andere woorden: wie vandaag twijfelt omdat de rekening nog niet helemaal rond is, moet ook naar de komende jaren kijken. Door de tax shift en de nieuwe CO₂-prijs wordt aardgas geleidelijk duurder. Daardoor zal de rekening steeds meer in het voordeel van de warmtepomp kantelen, op voorwaarde dat die ook effectief efficiënt werkt.

Samengevat: is het nu al iets voor jou?

Even op een rijtje, afhankelijk van je situatie:

Verwarm je nu met stookolie of propaan?
Dan is een warmtepomp, vooral in Vlaanderen en Brussel, vaak nu al een verstandige investering, zeker met een efficiënt toestel. Wachten heeft hier weinig zin.

Verwarm je nu met aardgas?
Dan ligt het genuanceerder. Zonder subsidie is de meerprijs vandaag doorgaans nog niet op een redelijke termijn terugverdiend, tenzij je een hoog warmteverbruik hebt. Met een gewestelijke subsidie kan het al wel renderen, zeker bij een kleinere, goed geïsoleerde woning. Wie kan wachten, ziet de rekening tegen 2029 stevig verbeteren door de tax shift en ETS2.

Huur je, en geniet je van het sociaal tarief?
Dan draag je zelf geen investeringskost, die is voor de verhuurder, en is een lagere energiefactuur voor jou onmiddellijk voordelig. Tegenover propaan is dat nu al het geval, tegenover stookolie vanaf 2029.

In elk geval, ongeacht je situatie:

  1. Reken je eigen verbruik en gewest mee, niet enkel de gemiddelde cijfers, subsidies en netkosten verschillen sterk per regio.
  2. Ga na of je in aanmerking komt voor een gewestelijke premie, vooral relevant bij een lager verbruik.
  3. Kies bewust een installateur die de aanvoertemperatuur en regeling na plaatsing effectief afstelt, dit bepaalt mee of je uiteindelijk in de buurt van de theoretische SCOP uitkomt of ver eronder blijft hangen.
  4. Wacht niet noodzakelijk op 2029 als je nu al met stookolie of propaan verwarmt: de winst is er vaak nu al.

Twijfel je nog tussen een volledige overstap of een tussenstap? Lees ook onze uitleg over de hybride warmtepomp, of ontdek de praktische voordelen en types warmtepompen.

Bron: CREG, Studie (F)3213, “Analyse over de verhouding tussen de kostprijs voor de verwarming met warmtepompen en andere duurzamere technologieën en de kostprijs voor de verwarming met fossiele brandstoffen”, 12 mei 2026.

Redactionele kanttekening 1: deze studie kan niet in de toekomst kijken

Alle rendabiliteitscijfers in dit artikel gaan uit van de investeringskost op het moment van de studie (begin 2026). De CREG rekent zelf ook met vaste prijzen over de volledige looptijd van 20 jaar en houdt geen rekening met een mogelijke verdere stijging van installatiekosten, noch met andere onzekere factoren zoals verdere energieprijsschommelingen of wijzigend subsidiebeleid.

Dat betekent niet dat de cijfers nutteloos zijn, integendeel. Het is de beste inschatting die vandaag te maken is, op basis van wat vandaag geweten is, en precies daarom nuttig als kompas: welke richting gaat het uit, en welke knoppen (subsidie, brandstoftype, verbruik) bepalen mee waar u staat.

Maar het werkt in twee richtingen. Enerzijds kan wachten de zaak duurder maken dan de berekening vandaag suggereert: als installatiekosten sneller stijgen dan de energiebesparing compenseert, wordt een investering die morgen “rendabeler op papier” lijkt, in de praktijk toch minder gunstig. Anderzijds kan nu al investeren ook risico’s inhouden die de studie niet vastlegt: technologie kan goedkoper of efficiënter worden, subsidies kunnen wijzigen, en niemand kan met zekerheid zeggen hoe energieprijzen zich de komende 20 jaar ontwikkelen.

Met andere woorden: deze studie geeft een eerlijk beeld van de situatie vandaag, maar geen garantie voor morgen. Wie beslist, doet dat het best op basis van de eigen situatie nu, verbruik, huidig systeem, beschikbare subsidie, eerder dan op een gok over wat de toekomst brengt.

Tweede kanttekening: de studie houdt geen rekening met zonnepanelen en batterij

De CREG-studie vermeldt zelf uitdrukkelijk dat ze geen rekening houdt met huishoudens die zonnepanelen en/of een thuisbatterij hebben. De berekening gaat uit van vaste of variabele energieprijzen zoals die op de markt gelden, niet met eigen opgewekte stroom.

Dat is een belangrijke beperking, want in de praktijk kan deze combinatie het rendement van een warmtepomp net in de meest gunstige richting duwen. Vooral in het tussenseizoen — lente en herfst, wanneer de zon nog voldoende opbrengt maar er nog verwarmd moet worden — kan een warmtepomp die draait op eigen, quasi-gratis zonnestroom een rendement halen dat met geen enkele prijsverhouding uit de studie te vergelijken is. De besparing zit dan niet in de verhouding tussen elektriciteits- en gasprijs, maar in het feit dat een groot deel van het verbruik simpelweg niet via het net hoeft te lopen.

Wie een warmtepomp combineert met zonnepanelen en een batterij, mag de rendabiliteitscijfers uit dit artikel dus vooral zien als een ondergrens: het scenario zonder eigen opwekking. Met een goed afgestelde combinatie kan de werkelijke besparing merkelijk hoger uitvallen dan wat de CREG-verhoudingen laten zien.

Veelgestelde vragen

Is een warmtepomp nu al rendabel tegenover aardgas?
Volgens de CREG-studie van mei 2026 is een warmtepomp vandaag, zonder subsidies, in geen enkel Belgisch gewest binnen een redelijke termijn terugverdiend tegenover aardgas. Met gewestelijke subsidies kan dit wel al lukken, vooral bij kleinere, goed geïsoleerde woningen met een efficiënt toestel.

Is een warmtepomp rendabel tegenover stookolie of propaan?
Ja, in veel gevallen wel, vooral in Vlaanderen en Brussel. Vergeleken met aardgas is de kloof hier veel kleiner, en met een efficiënte warmtepomp is de investering vaak nu al de moeite waard.

Wat verandert er tegen 2029 voor de rendabiliteit van warmtepompen?
Twee maatregelen liggen al vast: de federale tax shift (vanaf 2026, verschuift belasting van elektriciteit naar aardgas) en het Europese ETS2-systeem (verwacht vanaf 2028, beprijst CO₂-uitstoot van verwarming). Samen zorgen ze ervoor dat een warmtepomp tegen 2029 in vrijwel alle gewesten en voor de meeste woningen rendabel wordt tegenover aardgas, ook zonder subsidie.

Waarom presteert mijn warmtepomp mogelijk minder goed dan beloofd?
Uit veldonderzoek blijkt dat gemeten prestaties (SCOP) in 85% van de gevallen lager liggen dan de theoretische waarde van de fabrikant. De belangrijkste oorzaken zijn een te hoge aanvoertemperatuur, een verkeerd ingestelde regeling, te veel start-stopcycli en een slecht gedimensioneerd toestel. Een correcte installatie en afstelling zijn minstens even bepalend voor de rendabiliteit als de energieprijzen zelf.

Praat ChatGPT al over úw merk Bouw brede AI en Google autoriteit via onze gids. [ Word partner ]
Kopie van Logo PM
Kopie van Eso bouwadvies sponsering